< Terug
Interview

Terugblik Future Collective 2025

Binnen Future Collective, de jongerenraad van Fonds 21, denken jongeren mee over beleid, projecten en actuele vraagstukken. Hassiba Lhajoui, Cid Doerga en Noah Bakker blikken terug op 2025 en delen hun ervaringen met jongerenparticipatie en de rol van jongeren binnen de culturele en maatschappelijke sector.

Cid: Als we terugblikken op het Future Collective jaar 2025, wat komt er dan als eerste bij je op?

Hassiba: “Het eerste wat bij me opkomt is de Gen Z stimuleringsregeling, en hoe actief ik daarin ben meegenomen samen met Rosa Boer (voormalig lid Future Collective). Dat is mij het meest bijgebleven. Er waren super veel aanvragen binnengekomen, waar ik er 40 van heb beoordeeld. Ze liepen allemaal heel erg uiteen, denk aan: musea, theatervoorstellingen, bibliotheken, et cetera.

Nog iets waar ik aan moet denken is dat we tijdens de landelijke verkiezingen met allemaal aanvragers die iets met de verkiezingen deden een meeting hadden, waar we het hebben gehad over jongeren in betrekking tot de verkiezingen. Ik vond dat erg bijzonder en interessant.”

 

Cid: Wat was voor jou een hoogtepunt uit 2025?

 

Hassiba: “De Gen Z stimuleringsregeling beoordelen. Ik vond het heel waardevol om daarbij betrokken te mogen zijn.”

 

Cid: Tell me more, hoe was die ervaring? Specifiek ook om als Gen Z’er yourself zoveel te lezen over hoe er vanuit organisaties gekeken wordt naar deze (doel)groep?

Hassiba: “Het was vooral interessant om te lezen hoe ze jongeren willen bereiken. Sommige organisaties zijn daar al heel ver in, maar anderen zitten op dit vlak nog echt in hun kinderschoenen. Het viel me op dat social media ook altijd terugkomt in marketingplannen, maar alleen social media hiervoor gebruiken just doesn’t cut it anymore. Ik denk dat dit meer een ondersteuning of aanvulling moet worden, want in de praktijk is het menselijke contact veel belangrijker.”

Noah: “Ik vind inzet van social media ook echt een makkelijke uitweg. Het werkt gewoon niet meer. Organisaties moeten er nog een schepje bovenop doen.”

Hassiba: “Eén project sprong er ook voor mij uit: het Parkstad Limburg theater. Zij hadden ook social media in hun marketingstrategie, maar de jongeren gingen hier zelf de content maken. En de jongeren kregen hier ook een passende vergoeding voor. Dat is voor mij erg belangrijk.

We hadden tijdens het beoordelen van de aanvragen wel regels/richtingen vanuit Fonds 21, maar ik heb vanuit mezelf deze nog toegevoegd: Als de meerwaarde van het project ligt bij de organisatie, dan horen de jongeren een passende compensatie te krijgen. Al ligt de meerwaarde bij de jongeren, dan is een vergoeding niet per se nodig. Ik vind ook dat organisaties zich moeten verdiepen in wat jongerenparticipatie echt inhoudt. Echte jongerenparticipatie is lang en actief, niet eenmalig. Dit is een veelvoorkomende misconceptie. Met deze punten in gedachte heb ik ook veel aanvragen negatief beoordeeld.”

“Hassiba: jongerenparticipatie is superbelangrijk, durf het op te zoeken!”

Cid: Hoe kan Fonds 21 zich na deze regeling blijven inzetten voor Gen Z projecten?

Hassiba: “Ik denk sowieso dat Fonds 21 hier al een duidelijk standpunt in heeft: wij zijn een jongerenfonds. Fonds 21 is ook een loket, de aanvragers zoeken ons op. Maar als het aan mij zou liggen, dan zouden we wel de fase in mogen gaan dat iemand in het team actief gaat werven op projecten die ons niet zomaar zelf zouden kunnen vinden. Grassroots, mensen die niet weten hoe ze een aanvraag moeten doen, etc. Elke huidige aanvrager heeft namelijk één ding gemeen: ze weten hoe ze een aanvraag moeten indienen. Dit zou bijvoorbeeld kunnen in de vorm van bijeenkomsten, waar we het hebben over: hoe kunnen wij de drempel lager maken?”

 

Cid: Future Collective is natuurlijk ook van leden gewisseld tussendoor, hoe heb jij dat ervaren?

Hassiba: “Ik vond het natuurlijk jammer om sommige leden weg te zien gaan, maar nieuwe energie is altijd goed! Ik vind dat de diversiteit ook goed is in de nieuwe groep. Iedereen heeft een eigen verhaal en een eigen expertise de ze meebrengen in Future Collective. Het was met de nieuwe groep wel een beetje moeilijk, omdat we maar een deel van de leden vaste rollen hadden gegeven (bij noodzakelijke taken) en als je deze niet had was je ‘algemeen lid’. Hierdoor ontstond naar mijn ervaring onduidelijkheid voor vooral de nieuwe leden. Ik denk dat we dit opnieuw moeten bekijken, zodat we volgend jaar meer duidelijkheid kunnen aanbrengen.”

Cid: Als we kritisch terugkijken naar 2025, wat kunnen we daarvan leren voor het jaar 2026?

Hassiba: “Wat mij bij blijft was ons projectbezoek aan een expositie van een Afro-Amerikaanse kunstenaar. Daar merkten we dat de bezoekers echt een homogene doelgroep vormden: weinig jongeren en weinig diversiteit in culturele achtergrond. Dit verbaasde mij. We moeten hier kritisch naar kijken, en de aanvragers moeten ook gaan reflecteren: Hoe haal je die doelgroep nou binnen? Misschien kunnen wij als fonds een best practice verzinnen, en hier een verbindende rol in spelen.”

Cid: Denk je dat Future Collective daar een rol in kan spelen?

Hassiba: “Ik denk het wel. Future Collective, en de taken daarvan, voelt voor mij nog best open. Ik denk dat we nog meer een eigen invulling kunnen geven. Misschien kunnen we, samen met adviseurs, dit organiseren of ontwikkelen. Misschien een training: hoe bereik je je doelgroep?”

Noah: “Ik vind dit ook een heel goed idee. Veel exposities hebben nou eenmaal gemiddeld een oudere doelgroep. Het fonds kijkt altijd naar de manier waarop organisaties jongeren willen bereiken en koppelt aandachtspunten terug, maar maar kunnen wij niet meer doen dan dat?”

 

Cid: Wil je verder nog iets delen?

Hassiba: “De jongerenraad was een hele mooie toevoeging aan Fonds 21. Dus bij deze een oproep naar alle partners: jongerenparticipatie is superbelangrijk, durf het op te zoeken! En schroom je niet om contact op te nemen met onze jongerenraad om hier over te sparren, want het kan echt heel waardevol zijn.”

Noah en Cid: “Plus één!”